Toen een band uit bestanden bestond

In het kort

Voor wie is dit belangrijk?

Voor makers, labels, managers, podia, media en iedereen die probeert te begrijpen hoe technologie creatief werk verandert.

Londen, modem, sample

Bob Fosko begint de aflevering in Londen. Zijn hoofd bonkt nog van een optreden de avond ervoor. Het onderwerp is muziek maken in cyberspace. Dat woord alleen al zet je meteen in 1995.

In een studio zitten Willy Henshall en Tim Bran. Henshall kwam uit Londonbeat, Bran uit de Londense muziek- en producerswereld. Ze bouwen aan een virtual band. Muzikanten uit Japan, Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië, Amerika, Canada en Brazilië sturen materiaal op.

De infrastructuur is aandoenlijk fysiek. Telefoonlijn. Modem. Compuserve. Een mailbox waar tussen de gasrekeningen ineens een gitaarsample verschijnt.

Je voelt de traagheid. Er wordt verbonden, gewacht en geluisterd via kleine speakers. Iemand uit Seattle stuurt iets. Iemand uit Joegoslavië levert gitaar. Drums komen uit Bristol. Bas uit Londen. Daarna wordt het gemonteerd tot iets wat op een track begint te lijken.

Het klinkt knullig en futuristisch tegelijk.

De band als afspraak

Het interessantste moment zit in de afspraak rond de techniek.

Iedereen die meedoet, heeft volgens Henshall en Bran een deel van de rechten. Mensen moeten hen vertrouwen. Ze zeggen in de uitzending dat ze hun woord moeten houden.

In dat ene gesprek komt de hele muziekwereld langs. Bestanden kunnen reizen. Vertrouwen, rechten, publishing, zichtbaarheid en credits moeten achter die bestanden aan.

De virtual band is daarom meer dan een gimmick. Het is een vroege versie van een probleem dat muzikanten nu dagelijks kennen. Samenwerken kan met iedereen, overal. De administratie, credits en verhoudingen moeten ook mee.

Technologie lost de afstand op. De afspraken blijven mensenwerk.

Muziek liep voor

De aflevering zegt ergens dat muzikanten vaak vroeg met technische verandering te maken krijgen. Dat klopt. Samplers, sequencers, drumcomputers, goedkope thuisstudio's, Pro Tools, MP3, Napster, MySpace, YouTube, SoundCloud, Spotify, Bandcamp, TikTok. Muziek voelde nieuwe media vaak eerder dan kranten, scholen of bedrijven.

Muziek laat snel zien wat technologie met gedrag doet: opnemen, distribueren, gevonden worden, verdienen, smaak ontwikkelen, publiek opbouwen en spelen met tools voordat ze netjes zijn.

In 1995 gaat het nog om een sample via de modem. Nu kunnen muzikanten thuis opnemen, stems delen, een track mixen met iemand aan de andere kant van de wereld, fans rechtstreeks bereiken, merchandise verkopen, tours plannen, een Discord beheren en een releasecampagne draaien zonder groot label. Dat heeft makers vrijer gemaakt. Het heeft ze ook meer werk gegeven.

Van schaarste naar overvloed

Vroeger was opnemen duur. Distributie was moeilijk. Een studio, persing, plugger, distributeur, winkel en zendtijd bepaalden veel. Digitale technologie heeft die keten opengebroken.

Nu is het maken en publiceren van muziek zo makkelijk geworden dat aandacht het echte probleem is.

Een nummer op Spotify zetten is nog geen release. Een account of server is nog geen publiek, community of relatie. Dat groeit pas als iemand er werk van maakt.

De WEB-aflevering laat het begin van die verschuiving zien. De kick zit in het ontvangen van materiaal van iemand anders. In de verrassing. In de gedachte dat een band ineens geen vaste kamer meer nodig heeft.

Dertig jaar later is de verrassing kleiner. De verantwoordelijkheid groter.

Cyberia en Hex

De aflevering gaat ook langs Cyberia, een internetcafe in Londen. Je kon er een terminal huren, les krijgen, browsen, mail ophalen en koffie drinken. Toegang had toen nog een plek. Je moest ergens naartoe. Je keek mee over iemands schouder. Je leerde door te rommelen.

Later bezoekt WEB Hex, het Londense muziek- en beeldcollectief rond onder anderen Matt Black. Daar wordt geprobeerd om live met muzikanten in Nederland te werken. Sequenties, samples en drumritmes gaan heen en weer. Het is nog omslachtig. De bestanden moeten worden uitgepakt. Geluiden moeten kloppen. Instellingen ontbreken.

Muziek wordt daar een pakket dat iemand anders kan openen, bewerken en terugsturen.

Wat bleef

Muziek is altijd geluid, techniek en verhouding tegelijk.

Je kunt makkelijker sturen, delen en publiceren. Dan komt het werk: kiezen wat goed genoeg is, afspraken maken, credits regelen, publiek onderhouden en van losse bijdragen een vorm maken.

Deze WEB-aflevering is bruikbaar omdat ze meer laat zien dan oude modems en vroege internetromantiek. Ze laat zien hoe technologie creatief werk openbreekt en daarna nieuwe afspraken vraagt.

Een band kon ineens uit bestanden bestaan. Dat maakte haar niet minder menselijk. Het maakte beter zichtbaar hoeveel menselijk werk er in een band zit.

Bronnen en checks

Vraagtekens bij publicatie

Still uit WEB-aflevering De kick van muziek maken in cyberspace Bekijk bij VPRO

Originele WEB-aflevering

De kick van muziek maken in cyberspace

VPRO WEB, 12 maart 1995. De aflevering staat op het VPRO-overzicht met speler.

Thumbnail via VPRO/NPO